Verbond van 100

Actief aan de slag voor Buurtteams Amsterdam

In gesprek met Buurtteam Volewijck in Noord


Binnen het Verbond van 100 oefenen we momenteel volop met de nieuwe werkwijze voor de toekomstige Buurtteams Amsterdam. De praktijkervaringen vormen een belangrijke basis voor de invulling van de buurtteams en hun manier van werken.

Eén van die teams is Buurtteam Volewijck. Hoe bevalt de samenwerking nieuwe stijl? Wat gaat er goed en wat kan beter? Miriam van der Hoeven (Amsta Karaad) en Amal Douich (Cordaan) vertellen meer.

Hoe zijn jullie betrokken geraakt bij het Verbondsteam Volewijck?

Miriam: “Ik werd uitgenodigd. Het leek me heel interessant om dit mee te kunnen vormgeven.”

Amal: “Bij ons werd intern interesse gepeild. Om mee te doen, moest je uiteraard wel achter de buurtteams nieuwe stijl staan, jezelf herkennen in de visie.”

Wanneer zijn jullie begonnen?

Amal: “De aftrap was in juni! Het was een vliegende start. In het experiment behoud je een groot deel van je al bestaande cliënten. Je krijgt wel extra ruimte om mee te ontwikkelen, om aan de nieuwe opzet te werken.”

Miriam: “Een belangrijk doel is verder ontschotten, meer samenwerking zoeken met verschillende disciplines, zodat we snel kunnen schakelen als dat nodig is. Twee keer per week treffen alle verbondsteamleden elkaar voor casusbesprekingen. Op die momenten wordt veel informatie uitgewisseld, en bespreken we de werkwijzen met elkaar. Het is soms nog een zoektocht. We bekijken met elkaar wat werkt, en hoe we zaken verder vorm kunnen geven.”

Amal: “Intussen weten we elkaar te vinden als er extra overleg nodig is. De groepsapp is daar ook een handig middel voor!”

Wat kom je allemaal tegen, al werkende weg? Kende je Volewijck al?

Amal: “Ik ervaar de samenwerking tot nu toe als heel prettig. Leuk hoe al die verschillende disciplines nu met elkaar samenwerken. We kunnen snel afspraken maken met elkaar. Af en toe moet je wel tegen wat onduidelijkheid kunnen. We zijn langzaam wat meer kaders aan het aanbrengen. Dat is soms ook nodig voor onze cliënten. Voor mij is Volewijck een nieuw gebied. Ik werk nu sinds een jaar in Noord. Molenwijk en de Van der Pekbuurt waren mijn wijken. Ik werk 36 uur per week, ik merk dat je een nieuwe buurt op die manier heel snel leert kennen.”

Miriam: “Ik wist al behoorlijk de weg in Volewijck. Ik werk al langere tijd breed door heel Noord. Ik merk dat het werk nu meer verdieping krijgt dan voorheen. Je werkt met veel meer verschillende partijen. Het is echt heel wijkgericht wat we nu doen.”

Amal: “Ik merk dat er veel speelt in de buurt! Onze specifieke opdracht is, om de samenwerking met Ouder- en Kindteams (OKT) en huisartsen te versterken. Ook zoomen we in op samenwerking met WPI. In de meeste proeftuinen zitten ook mensen van WPI, alleen in Noord is dat nog niet het geval.”

Miriam: “De samenstelling van ons team voegt echt wat toe! Er is heel veel kennis. Er zijn bijvoorbeeld collega’s die heel veel van de wettelijke regelgeving weten!”

Amal: “Ik begeleid een moeder met twee kinderen. Tijdens de begeleiding van moeder zag ik geen alarmerende signalen naar de kinderen toe. Na het bespreken van de casus in het team kreeg ik aanwijzingen vanuit het OKT en Spirit dat het ook voor de kinderen een zorgelijke situatie is. Deze signalen heb ik opgepakt met de medewerker van het OKT waar de kinderen op school zitten.”

Hoe krijg je extra handvatten om je werk goed te doen?

Amal: “We hebben allemaal een IPW training gehad, bijvoorbeeld. Met alle Verbondsteams samen ontwikkelen we een kompas en een werkwijze die daarbij past. Hierbij maken we gebruik van alles wat al ontwikkeld is in de stad, zoals de aanpak van Instituut Publieke Waarden. Deze aanpak ondersteunt bij het leveren van maatwerk.”

Miriam: “Daarbij krijg je als buurtteam handvatten om doorbraken voor elkaar te krijgen bij ingewikkelde dossiers. Er is ook een speciale app waarop we vragen kunnen stellen. Ook dat levert soms goede inzichten op.”

Wat hebben jullie tot nu toe bereikt?

Amal: “We zijn nog maar een paar maanden bezig, we ontwikkelen nog continue. We moeten nog de nodige handigheid krijgen om casussen verder concreet te maken. Nog handiger gebruik maken van de korte lijnen. Zorgen voor kortere doorlooptijden. Situaties op een andere manier inschatten. Daar hebben we al onze oefentijd hard voor nodig.”

Miriam: “In het Verbond maken we tijd voor reflectie. Ik merk nu hoe waardevol dit is. In het reguliere werk schiet dat er soms bij in. Ik hoop dat we dit vast kunnen houden!”

Wat zijn voor jou verder belangrijke aandachtspunten?

Miriam: “Ik vind het belangrijk om beleid te voeden met hoe zaken in de praktijk werken. Ik vind het belangrijk dat wij daar als veldwerkers invloed op hebben. We moeten ons blijven realiseren dat we met kwetsbare mensen werken. Veel mensen kunnen er niets aan doen dat ze in een bepaalde situatie verzeild zijn geraakt. Het blijft mensenwerk! Als we straks inderdaad beter te vinden zijn voor de Amsterdammer, vind ik dat grote winst. Ik ben van huis uit generalist, ik vind het in het hier en nu heel waardevol dat ik van zoveel expertise van collega’s gebruik kan maken.”